Die ene patiënt #2

Gepubliceerd: 25 november 2019

Geïnspireerd door de serie verhalen ‘Die ene patiënt’ in de Volkskrant, maken we een serie verhalen over hoe patiënten hun behandelaar kunnen inspireren. Welke patiënten maken de meeste indruk en welke patiënt zorgde ervoor dat de kijk op het vak ingrijpend veranderde…

Deze keer vroegen we Jochanan Huijser, psychiater en zorginhoudelijk bestuurder van GGNet, welke patiënt een onuitwisbare indruk op hem maakte. Jochanan werkt sinds begin 2016 bij GGNet als psychiater op de High Intensive Care in Doetinchem en als beleidsprofessional voor de acute zorg. Per 1 mei van dit jaar werd Jochanan benoemd tot zorginhoudelijk bestuurder van GGNet.

‘Je hoort bij een psychotische depressie maar een fractie van de belevingswereld van de patiënt, kijk en voel wat er wel en niet klopt!’

‘Dit verhaal gaat over mijn eerste jaar als psychiater. Ik werkte destijds op het AMC, ik was net psychiater en was bezig om een klinische depressiebehandeling op te zetten. Ik hoorde dat er een collega psychiater met een ernstige depressie zou worden opgenomen. En hoewel ik gespecialiseerd was in depressie en ook op dat onderwerp was gepromoveerd, vond ik dat best spannend. Ik was nog maar een ‘beginner’ en de patiënt was een oudere man en een gerespecteerd psychiater met veel ervaring. 

In het kennismakingsgesprek kon de patiënt zijn klachten goed verwoorden. Hij vertelde over zijn somberheid, zijn slechte slapen en concentratieproblemen. Tevens vertelde hij dat hij zich schuldig voelde over het feit dat hij zijn familie, die aan de andere kant van het land woonde, weinig kon bezoeken wegens zijn drukke baan. Op basis van wat hij vertelde, was voor mij duidelijk dat het om een ernstige depressie ging. Maar was er ook niet sprake van een psychotische depressie? Ik weet nog dat ik schrok toen hij over zijn schuldgevoelens sprak. Hij was even de controle kwijt in het gesprek en liet mij een glimp zien van zijn schuldwaan. 

Uiteindelijk besloot ik hem te behandelen voor een psychotische depressie. De man knapte ook goed op. In een later gesprek vertelde hij mij uitgebreid over zijn waansysteem met schuld- en nihilistische wanen. De schoorsteen van de energiecentrale van het AMC was voor hem het crematorium. Hij zou als straf dood moeten. De reis naar het AMC was voor hem de laatste. Schiphol, waar hij graag kwam voor zijn reizen, zou hij nooit meer zien. Hij vertelde dat hij gezien had dat ik schrok toen hij over zijn familie vertelde. Hij was zich bewust van zijn controleverlies. 

Deze patiënt is voor mij een voorbeeld geworden dat je bij het stellen van de diagnose psychotische depressie niet alleen af kan gaan op wat de patiënt je vertelt. Er is veel schuld en schaamte om over de inhoud van de psychose te spreken. Dat is ook wat ik altijd vertel aan opleidelingen: 90% van de inhoud van de waan bij een psychotische depressie, hoor je in het eerste gesprek niet. Stel geen diagnose puur op wat je hoort. Kijk en hoor wat deze patiënten wel en niet vertellen en hoe je dat zelf ervaart. Kijk wat er wel en niet klopt gezien de context en stel vervolgens op grond daarvan je diagnose en handel daar ook naar en zet door. 

In de jaren daarna heb ik nog een aantal collega-psychiaters mogen behandelen. Ook daar heb ik steeds gemerkt: kennis is geen garantie om het goede te doen als er sprake is van een psychiatrische stoornis. Soms moet je directief adviezen geven, soms de verantwoordelijkheid overnemen en soms is luisteren voldoende, net zoals je bij een niet-collega zou doen. Psychiaters zijn goed in het verwoorden van gevoelens en gedragingen. Als patiënt hebben ze net zoals anderen moeite om het anders te gaan doen. En hoe is het als psychiater om een collega te behandelen? Blijf in je rol van behandelaar! Want die wordt door de ander gevraagd. Daar is lef voor nodig en vertrouwen in je eigen professionaliteit.