Marie Darthenay is een ‘studiestapelaar’: ze studeerde tegelijkertijd psychologie en dramatherapie, liet zich daarna binnen GGNet opleiden tot GZ-psycholoog en greep vervolgens de kans om zich daar verder te ontwikkelen tot klinisch psycholoog. Nog een paar maanden en ze kan ook die titel bijschrijven op haar CV. Marie werkt bij Scelta, het expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek van GGNet. Ze richt zich daar vooral op groepsbehandeling: de rode draad in haar professionele leven.

“Dit wil ik de rest van mijn leven blijven doen! Dat dacht ik toen ik tijdens mijn opleiding tot psycholoog kennismaakte met de aanpak ‘groepsbehandeling’. Dat was al in 2011, toen ik stage liep op een PAAZ-afdeling. Ik zag hoe mensen die elkaar nooit eerder ontmoet hadden een hechte band ontwikkelden. Ze steunden en bekrachtigden elkaar. Durfden samen dingen te bespreken die je in individuele therapie bijna niet op tafel krijgt. Wisten zelf en samen te herstellen. Geweldig vond ik het! En dat vind ik het nog steeds: het blijft bijzonder hoe groepsdynamiek mensen kan helpen om tot hun recht te komen en te groeien.”

Niet de enige die worstelt
“In 2019 startte ik bij GGNet en werk daar sinds twee jaar bij Scelta, ons expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek. Ook daar besteed ik, hoe kan het ook anders, het grootste deel van mijn tijd aan groepsbehandelingen. Het gaat om deeltijdtrajecten van negen maanden, met doorgaans acht deelnemers.

“Herkenning ontstaat niet zomaar, dat gaat stapje voor stapje”

De eerste grote uitdaging die mijn co-therapeut en ik hebben, ligt meteen aan het begin. We moeten vanaf de eerste dag een omgeving bieden die zo veilig is dat de deelnemers hun angsten en kwetsbaarheden durven te gaan delen. Dat gebeurt stapje voor stapje, met steeds weer ons mantra: ‘We praten mét elkaar en niet óver elkaar’. Meestal zien we bij de deelnemers al snel herkenning en geruststelling ontstaan: ‘Ik ben niet de enige die hiermee worstelt en kan er open over zijn.’ Zijn ze die drempel over? Dan volgen ook diepere verbinding, beweging en verwerking. Als het goed is, weten de deelnemers na negen maanden: zo prettig als ik me in deze groep voelde, kan ik me ook voelen met mensen erbuiten.”

De verrassende kracht van samen
“Niet iedere patiënt heeft de durf voor groepstherapie en de aanpak is ook niet voor iedereen geschikt. Maar mensen kunnen je zó enorm verrassen. Dan denk ik aan de kwetsbare vrouw met een heftige voorgeschiedenis. Zij vond het moeilijk te herkennen wat er bij haar van binnen gebeurde. Ook lukte het haar niet goed om zichzelf te kalmeren of om in het hier en nu te blijven. Groepstherapie kon een oplossing zijn, maar was dat niet te spannend en te intensief? En juist zij haalde een enorm gevoel van waardering uit de groep, ontdekte zó dat ze er mocht zijn. Dat zijn kippenvelmomenten - dan voel je: yes, dit willen we met elkaar!”

Een-op-een soms echt beter
“Maar laat ik niet de indruk wekken dat ik geen geloof heb in individuele therapie, of er geen plezier uit haal. Het gaat erom te kijken wat passend is voor mensen. Een-op-een is soms echt de betere aanpak. Of het is een stap die je samen moet nemen vóór groepsbehandeling überhaupt een optie is, bijvoorbeeld omdat trauma nog te scherp op de voorgrond staat.

Team helpt energie erin te houden
“Sowieso vragen mensen met een ingrijpende voorgeschiedenis emotioneel best veel van ons als professionals. Om te kunnen blijven ‘geven’ moet je team een TEAM zijn, met hoofdletters. Je moet je onderling veilig voelen om te uiten wat je werk soms met je doet. Elkaar helpen relativeren. Samen kunnen ‘klankborden’: zijn we nog handig bezig of hebben we last van een blinde vlek? Ook onmisbaar: humor - die is zó belangrijk om de energie erin te houden.

Tweede fascinatie
“Groepsbehandeling is niet de enige professionele fascinatie die ik heb. De tweede is ‘trauma’. Ik vind dat professionals in de ggz (nog) meer oog zouden mogen hebben voor de relatie tussen heftige gebeurtenissen in het verleden en worstelingen in het hier en nu. Gelukkig kan ik ook op dat gebied mijn hart ophalen binnen GGNet. Binnen Amarum, ons expertisecentrum voor eetstoornissen loopt wetenschappelijk onderzoek. Een klein stukje daarvan neem ik voor mijn rekening; dat doe ik door anonieme data van patiënten met een eetstoornis te doorzoeken op eventuele verschillen tussen degenen die in hun voorgeschiedenis wel of juist niet met trauma te maken hadden.”

Laatste loodjes
“In 2019 kon ik kiezen uit twee GZ-opleidingsplekken. Zonder veel twijfel koos ik voor GGNet, omdat ik daar echte aandacht voelde voor mij als mens; voor mijn behoefte aan verdieping, onderzoek en persoonlijke ontwikkeling. Nog steeds ben ik blij met die keuze, omdat ik inderdaad alle ruimte kreeg voor wat ik voor ogen had. Maar nu, zes jaar en nóg een opleiding later, moet ik misschien maar eens stoppen met studeren. Want in opleiding zijn, betekent ook dat ik binnen de organisatie van plek naar plek ga. Nog even de spreekwoordelijke laatste loodjes en dan laat ik mijn passantenbestaan achter me om echt te landen in een team. Daar kijk ik enorm naar uit!”

Bekijk vacatures

Wil jij meewerken aan herstel als GZ-psycholoog? Bekijk de vacatures en ontdek waar jij het verschil maakt.